Dit begon niet in een klaslokaal
Ik ben Mikail, 19 jaar, en auto's zijn geen hobby voor mij — het is gewoon een deel van wie ik ben. Ik denk aan auto's, ik praat over auto's, ik kijk video's over auto's. Als ik ergens naartoe rijd, let ik op wat voor auto's er om me heen rijden. Als iemand een mooie auto heeft, val ik hem lastig met vragen. Dat klinkt misschien overdreven, maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar.
Ik heb zelf een auto, en ik maak hem bijna wekelijks schoon. Niet omdat mijn ouders dat zeggen of omdat het moet — gewoon omdat ik het niet kan hebben dat hij vies is. Buitenkant, binnenkant, alles. En juist die binnenkant... dat is waar het altijd misgaat. Naden, kieren, de ruimte tussen de middenconsole en de stoel, de ventilatieroosters. Je denkt dat je klaar bent, en dan zie je weer een hoekje waar stof zit dat er gewoon niet uitwil. Vermoeiend. Tijdrovend. En er is gewoon geen goed apparaat voor.
Dat gevoel — die kleine, dagelijkse frustratie — was het begin van alles.

Van ergernis naar onderzoek
Toen we als groep de opdracht kregen om een concept te ontwikkelen, wist ik eigenlijk meteen in welke richting ik wilde. Auto's. Dat was voor mij geen vraag. Maar wat precies? Wat is het probleem? Wat mist er?
In het begin was onze gedachte vrij simpel: de troep in de automatten aanpakken. We dachten aan autoliefhebbers, mensen zoals ik, die echt om hun auto geven. Een slim product dat die ene irritatie oplost. Maar hoe meer we onderzochten, hoe complexer het beeld werd. Het was niet alleen een probleem voor mensen die van auto's houden. Het was een probleem voor iedereen die dagelijks in een auto zit en er gewoon geen zin in heeft om er een halve middag aan te besteden.
En toen begon het pas echt interessant te worden.

Wat ik nooit had verwacht
Het meest verrassende moment van dit hele project was niet een grote presentatie of een ingewikkelde opdracht. Het was iets wat een van de geïnterviewden zei tijdens een van onze eerste interviews.
Uit mijn interview vertelde de respondent me dat hij zijn auto bijna nooit schoonmaakt — niet omdat hij het niet wil, maar omdat hij er gewoon geen zin in heeft om elke keer naar de wasstraat te rijden, twee euro te betalen voor een stofzuiger die nauwelijks werkt, en dan toch niet tevreden te zijn met het resultaat. Hij stelt het gewoon uit. Week na week.
Op dat moment realiseerde ik me: dit is niet alleen mijn persoonlijke ergernis. Dit leeft bij iedereen. Mensen willen wel een schone auto, maar de drempel is gewoon te hoog. Er is geen makkelijke, toegankelijke oplossing. En dat besef veranderde de manier waarop ik naar ons concept keek — het was geen leuk ideetje meer, het was een echte oplossing voor een echt probleem dat veel mensen dagelijks meemaken.

Van autoliefhebber naar leasebedrijf
Aan het begin van dit project was onze doelgroep de typische "carguy" — iemand die trots is op zijn auto, er regelmatig mee bezig is, en bereid is te investeren in een goed product. Dat was de persoon die ik voor ogen had. Eerlijk gezegd dacht ik gewoon aan mezelf.
Maar naarmate we verder onderzochten, verschoof dat beeld compleet. We kwamen erachter dat de echte waarde niet zit bij de individuele autoliefhebber, maar bij leasebedrijven, autoverhuurbedrijven en grote wagenparken. Die partijen hebben honderden of zelfs duizenden auto's, ze hebben structureel last van vies teruggekomen voertuigen, en ze hebben een directe financiële reden om daar iets aan te doen.
Die switch veranderde ons van een gewoon productbedrijf naar iets veel interessanters: een Product-as-a-Service model waarbij we niet verkopen, maar leasen. Duurzamer, schaalbaarder, en met een veel duidelijker verhaal. Ik had dat aan het begin van dit project nooit kunnen bedenken.
Wat ik zelf deed
Binnen de groep lag mijn focus vooral op het uitvoeren van de opdrachten. De rest van de groep deed veel van het diepgaande marktonderzoek, maar wat ik zelf het meest waardevolle vond — en ook het leukst — waren de bewijsstukken. De observatieformulieren, de interviews, het echte veldwerk.
Ik ben naar een autoshop gegaan in Lelystad. Naar een tankstation. Naar een wasstraat. En ik heb gewoon gekeken. Hoe gedragen mensen zich? Wat kopen ze wel en niet? Hoe schoonmaken ze hun auto? En elke keer zag ik hetzelfde: mensen willen wel, maar de middelen zijn er gewoon niet. Het aanbod klopt niet. De apparaten werken niet goed. De drempel is te hoog.
Dat soort momenten — gewoon ergens staan en observeren — maakten dit project voor mij concreet. Niet een opdracht op papier, maar echt iets wat leeft in de praktijk.
Wat ik er echt van vind
Ik ga eerlijk zijn: dit project werd op een gegeven moment ook gewoon complex. Niet omdat het een slecht idee was — integendeel, veel docenten waren juist enthousiast en vonden het origineel. Maar sommige opdrachten waren lastig in te passen op ons concept, omdat wij een vrij unieke richting hadden gekozen. Waar andere groepen een standaard product verkopen, zaten wij met een B2B leasemodel — en dat maakt sommige opdrachten gewoon ingewikkelder om in te vullen.
Maar als ik er nu op terugkijk, snap ik waarom we die kant op gingen. Het Product-as-a-Service model maakt ons concept uniek. We concurreren niet met Bosch of Dyson op technologie — dat heeft geen zin, die zijn al jaren verder. We concurreren op het systeem eromheen. De houder in de auto, het leasecontract, het onderhoud, de gedragsverandering. Dat is waar wij het verschil maken.
En dat sluit aan op iets wat ik al mijn hele leven meemaak: de frustratie van een vies auto-interieur zonder een goede oplossing. Dit project begon als een persoonlijke ergernis. En dat is precies waarom ik er in geloof.