Waarom modellen?

Een goed concept bouwen doe je niet op gevoel. Je hebt structuur nodig, tools die je helpen om de juiste vragen te stellen en de juiste keuzes te maken. Tijdens dit project hebben we meerdere modellen en methodieken ingezet, elk met een eigen doel. Op deze pagina leg ik uit welke modellen we hebben gebruikt, waarom we ze kozen en wat ze ons opleverden.

Hoe we tot ons concept kwamen

In de beginfase van het project hebben we de ideation methode gebruikt om zoveel mogelijk oplossingsrichtingen te bedenken. We brainstormden acht verschillende ideeën en beoordeelden die vervolgens via een gewogen rankingmatrix op criteria zoals gebruiksgemak, effectiviteit en haalbaarheid. De geïntegreerde mini roterende interieurborstel scoorde het hoogst met 41 punten en werd daarmee ons startconcept.

Daarnaast gebruikten we de COCD-box om ideeën te categoriseren op basis van originaliteit en haalbaarheid. Dit hielp ons om een realistisch onderscheid te maken tussen ideeën die we nu konden uitvoeren en ideeën die misschien interessant waren maar te ver weg lagen.

De gebruiker centraal

De Value Proposition Canvas hielp ons om de verbinding te leggen tussen wat de gebruiker nodig heeft en wat ons product biedt. We brachten de customer jobs, pains en gains van onze doelgroep in kaart en vertaalden die naar concrete pain relievers en gain creators van ReDrive.

Wat dit model ons leerde: de grootste pijn van de gebruiker is niet het vuil zelf, maar de drempel om er iets aan te doen. Bestaande oplossingen zijn te groot, te duur of gewoon niet beschikbaar op het juiste moment. ReDrive lost precies dat op door het apparaat altijd binnen handbereik te plaatsen.

Het businessmodel in kaart

Het Sustainable Business Model Canvas gebruikten we om ons volledige businessmodel inzichtelijk te maken. Anders dan een gewoon Business Model Canvas houdt de SBMC ook rekening met ecologische en sociale waarden naast financiële. Dat paste perfect bij onze keuze voor een circulair leasemodel.

Het canvas liet ons zien hoe onze key partners, value propositions, klantsegmenten en kostenstructuur samenhangen. Maar het dwong ons ook na te denken over de eco-sociale kosten en baten van ons concept, zoals de impact van batterijproductie en de winst van langere productlevensduur door hergebruik.

De markt in cijfers

De TAM-SAM-SOM analyse was voor mij persoonlijk het meest verrassende model van het hele project. Je begint met de totale wereldmarkt, werkt dan naar de Europese markt toe en uiteindelijk naar het deel dat wij realistisch kunnen bedienen. De uitkomsten waren groter dan ik had verwacht.

De wereldwijde car care markt heeft een waarde van 11,74 miljard dollar en groeit naar verwachting naar 17,55 miljard dollar in 2035. Onze Serviceable Available Market in Europa omvat ongeveer 62 miljoen potentiële producten. En ons realistische startpunt, de SOM, ligt bij circa 12.390 producten, gebaseerd op 0,02% van de Europese markt. Klein als percentage, maar concreet en haalbaar als startpositie.

Wat dit model ons leerde: de markt is enorm, gefragmenteerd en weinig innovatief. Dat is geen bedreiging, dat is een kans.

Wie zijn onze concurrenten?

De concurrentenanalyse was een van de onderdelen waar ik zelf actief aan heb meegewerkt. We brachten de belangrijkste spelers in de markt in kaart: Baseus en Xiaomi aan de goedkope kant, Kärcher aan de professionele en dure kant, en handmatige borstels als laagdrempelig alternatief.

Wat opviel: niemand combineert compact, krachtig en specifiek gericht op auto-interieurs in een servicemodel. De markt biedt óf goedkope zwakke producten, óf krachtige grote apparaten. De ruimte daartussen, compact en krachtig en ingebouwd in een service, is precies de positie die ReDrive inneemt. Die gap hebben we gevonden door systematisch te analyseren wat concurrenten wel en niet bieden.

Hoe bepaal je een prijs?

Voor de prijsstrategie heb ik samen met de groep gekozen voor een waardegebaseerde aanpak. Dat betekent dat we de prijs niet baseren op wat het product kost om te maken, maar op de waarde die het oplevert voor de klant. Een leasebedrijf kijkt niet naar de goedkoopste stofzuiger, maar naar kostenbesparing, efficiëntie en hogere restwaarde van hun wagenpark.

Uit onze prijsgevoeligheidsanalyse en de feedback van geïnterviewden bleek dat een prijs tussen de 10 en 20 euro per voertuig per maand als realistisch werd gezien. In ons expected scenario rekenden we met 30 euro per maand bij 100 auto's, wat een positieve kasstroom oplevert van ruim 560 euro per maand. Hoe meer auto's een leasebedrijf afneemt, hoe lager de prijs per stuk kan worden omdat onze vaste kosten gelijk blijven.

Wat respondenten bereid zijn te betalen

Om onze prijsstrategie verder te onderbouwen hebben we een prijsgevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Hieruit bleek dat een maandelijkse leaseprijs tussen de vijf en vijftien euro per voertuig als acceptabel wordt gezien. Onder de vijf euro begon men te twijfelen aan de kwaliteit, en boven de vijftien euro haakten de meeste respondenten af. Bij een eenmalige investering lag de acceptabele range tussen de dertig en honderd euro. Deze inzichten bevestigen dat onze waardegebaseerde prijsstrategie aansluit bij wat de markt bereid is te betalen.

Duurzaamheid als fundament

Als laatste model hebben we SDG 12, Verantwoorde consumptie en productie, als leidraad gebruikt voor de duurzame kant van ons concept. We kozen bewust voor een circulair model waarbij onderdelen vervangbaar zijn, producten zo lang mogelijk meegaan en apparaten aan het einde van de levensduur worden ingezameld via partners zoals Wecycle en Stibat.

Concreet betekent dit dat we kiezen voor gerecycled kunststof als behuizing, productie zo dicht mogelijk bij Europa om transport te beperken en een modulair ontwerp zodat onderdelen apart vervangen kunnen worden. Het leasemodel zorgt er bovendien voor dat het product eigendom blijft van ReDrive, waardoor we zelf verantwoordelijk blijven voor het einde van de levenscyclus.

De grootste duurzaamheidsrisicos zitten in de batterijen en e-waste. Maar juist door het leasemodel kunnen we die stroom controleren en correct laten inzamelen. Duurzaamheid zit bij ons dus niet alleen in het product, maar in het hele systeem eromheen.

Wat de modellen ons samen opleverden

Terugkijkend hebben al deze modellen samen één ding gedaan: ze hebben ons concept stap voor stap sterker gemaakt. Van de eerste brainstorm via de rankingmatrix, naar het begrijpen van de gebruiker via de Value Proposition Canvas, naar het zien van de marktomvang via de TAM-SAM-SOM, naar het bouwen van een realistisch businessmodel via de SBMC en de businesscase. Elk model had zijn eigen functie en elk model leverde iets op wat we zonder dat model niet hadden gezien.

Dat is wat modellen doen. Ze dwingen je om gestructureerd na te denken in plaats van op gevoel te werken.